Exposant

Coronavirus

Volkskrant INTERVIEW AURA TIMEN, COÖRDINATOR RIVM

‘Ja, we maken ons zorgen. Maar nee, het is niet verloren’

In China zet men de smogkapjes op, in Zuid-Korea reinigt men de straten, in Italië gooit men de dorpen op slot. In de strijd tegen het coronavirus onderscheidt Nederland zich door een nuchtere aanpak. Aan coördinator Aura Timen van het RIVM de taak om de balans te bewaren.

Dit is het zenuwcentrum, het kloppend hart, de plaats waar het allemaal gebeurt. De war room van waaruit het  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de verdediging tegen het nieuwe coronavirus uit China coördineert. Verwacht mensen in hemdsmouwen achter monitors, verwacht een enorme wereldkaart waarop de uitbraak in real time is te volgen. Verwacht militairen, en noodbarakken van waaruit in maanpak gehulde mensen uitvliegen per helikopter.

Maar het zenuwcentrum is gewoon een vergaderzaaltje. Met van die rood gestoffeerde bureaustoeltjes rond een krappe, ovale vergadertafel. Aan de muur een flatscreen en een whiteboard met woorden als ‘ketenpartners’ en ‘casuïstiek’. En, vooruit, een bescheiden landkaart van Nederland, maar wel gewoon van papier.

‘Simpel. Maar meer hebben we niet nodig’, zegt Aura Timen, sinds 2011 hoofd van het Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding. Een licht Oost-Europees accent: Timen is geboren en getogen in Roemenië en verhuisde als student vanwege de liefde naar Nederland. ‘Het belangrijkste is de kennis en ervaring van de mensen die hier samenkomen.’

In dit dossier leest u alles wat u moet weten over het virus.

Ik mag u gewoon een hand geven? Geen malle voetbegroeting of high five met de ellebogen?

‘Ach, welnee. Natuurlijk niet. Als we maar gewoon de handen blijven wassen. En vertrouwen hebben in de medemens.’

De dagen verlopen hier volgens een strak ritme. Als een militaire operatie, wil het cliché, maar Timen gebruikt liever de vergelijking met een ziekenhuis. Want de ochtendvergadering mag hier dan de ‘kick-off’ heten en de middagbijeenkomst de ‘wrap-up’, de bijeenkomsten zelf zijn eigenlijk net ‘overdrachten in een ziekenhuis’, zegt ze.

Hoe gaat dat in zijn werk?

‘’s Ochtends lopen we de nachtdienst na: wat is er vannacht gebeurd? Wie wordt er getest, wat wordt er verwacht, wat is er verder in de wereld gebeurd? Hoe is de situatie in China, hoe loopt het buiten China? Zijn er nog dingen binnengekomen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) of de Europese gezondheidsdienst ECDC? Een situation report van binnen- en buitenland dus. Dat is één.

‘Daarna kijken we of onze partners extra informatie nodig hebben: de huisartsen, de ziekenhuizen, de GGD’s. We hebben er altijd een vertegenwoordiger van de GGD’s bij, de regionaal arts-consulent. Die informeert ons wat er bij hen gebeurt: welke vragen spelen daar? Hebben we genoeg materialen, kunnen ze het nog aan? Hoe is het met de draaiboeken, in welk stadium zitten we?

‘Een groot deel is communicatie. Welke vragen leven bij het publiek? Onze communicatieadviseurs kijken op sociale media: zijn er nieuwe discussies die onze aandacht behoeven, moeten we iets rechtzetten? Soms horen we dat er ergens in Nederland een bevestigd geval zou zijn, terwijl dat niet zo is. Dat soort geruchten moeten we ontkrachten.

‘En dan bepalen we samen de prio’s. De prioriteiten. Een, twee, drie. Dat kan zijn dat er een spoedbericht naar het veld moet: doe dit, of doe dat. Of dat er een spoedaanpassing moet komen van de vraag-en-antwoordsectie op de website. Of dat we een nieuw voorlichtingsfilmpje moeten maken.’

In internationale vergelijkingen komt Nederland steeds naar voren als land dat enorm goed is voorbereid op nieuwe ziekte-uitbraken. Waar zit hem dat in?

‘Ons systeem van gezondheidszorg. We hebben een fijnmazig netwerk van huisartsen. Iedereen heeft hier toegang tot de huisarts. Sterker, je kunt niet eens naar het ziekenhuis zonder contact met de huisarts. Dat is een belangrijke poortwachtersfunctie.

‘Dan heb je het landelijk dekkende netwerk van GGD’s. Die staan weer in verbinding met de huisartsen, maar ook met de ziekenhuizen en met ons. En on top of it all zijn er de ziekenhuizen. We hebben geen speciaal ziekenhuis voor infectieziekten, en dat hebben we ook niet nodig. Iedereen, van huisarts tot verpleegkundige tot ziekenhuisarts, is toegerust om ook ten tijde van een uitbraak zijn verantwoordelijkheid te nemen. Maar we gaan ervan uit dat de preventie van infectieziekten al zo goed is doorgevoerd in het dagelijks handelen van alle schakels, dat het niet nodig is.’

Een soort spinnenweb met uitlopers die beginnen te trillen als er gevaar dreigt.

‘We hebben een lange traditie van infectieziektepreventiemaatregelen. En gaandeweg hebben we een goed systeem opgebouwd, vanuit wetenschappelijk bewijs voor wat werkt en wat niet. Een systeem dat mooi past in de Nederlandse context: een klein land met veel mensen dicht op elkaar. Maar wel met goede toegang tot zorg.’

Het is ergens ook makkelijk praten, zolang zich geen enge nieuwe ziekten aandienen.

‘Nou, vergis je niet. Ons systeem heeft ervoor gezorgd dat we in Nederland het probleem van antibioticaresistentie, de overdracht van multiresistente bacteriën, zo laag hebben kunnen houden. We hebben ebola gehad, dat was een enorme testcase voor ons systeem. We hebben zika gehad, waarbij we weer heel andere partners moesten betrekken, zoals gynaecologen en fertiliteitsartsen, omdat zika de ongeboren vrucht aantast. En dit jaar hebben we twee gevallen van hemorragische koorts in Nederland gehad, van het lassavirus. Dan geldt de hoogste staat van paraatheid, want dat is een ebola-achtige ziekte. Dat legde ook weer gigantische druk om verspreiding te voorkomen, en dat is ook gelukt.’

Toch liet de Mexicaanse griep in 2009 zien dat ziekten wel in staat zijn over het hek te springen. Na isolatie van de eerste gevallen was er geen houden meer aan. Het werd een pandemie, ook in Nederland.

‘O, zeker. Maar griep is altijd in staat om over barrières te springen. Dus griep houd je niet tegen.’

En het nieuwe coronavirus is een griepachtig virus.

‘Ja, dit is een virus dat griepachtige klachten geeft.’

Het was een heksenketel vannacht, Timen heeft maar een paar uur geslapen. De avond voordat we haar spreken kwam het ziektegeval aan de Duits-Limburgse grens aan het licht. En dus werd het crisisberaad zus en spoedoverleg zo, tot de maan hoog aan de hemel stond en gaandeweg duidelijk werd dat de Duitse patiënt nog vrij was van symptomen toen hij in Nederland in een hotel logeerde.

En nu zit Timen hier alweer aan tafel, onberispelijk gekleed als altijd, maar toch met een licht verfrommelde blik. Ze had zich de nacht ook anders voorgesteld.

Het is vandaag woensdag en men leest dit interview op zaterdag. Wat voor situatie verwacht u tegen die tijd?

‘Het is onvoorspelbaar. Gisteren had ik ook een totaal ander beeld van vandaag. Ik zou een gesprek met jou hebben, en een met een vakblad, en dan een overleg met het team. Maar nu kom ik net uit een crisisoverleg met de GGD Limburg en straks ga ik weer in een ander spoedoverleg. De dingen lopen anders.’

Vorige week was u nog heel optimistisch. Op een bijeenkomst toonde u een reeks grafieken uit China, met dalende aantallen nieuwe ziektegevallen.

‘Het punt begint te naderen waarop we kunnen zeggen: het gaat goed, of het gaat niet goed. Het gaat onverwacht goed in China, als de grafiekjes kloppen. Vandaag zijn er maar 71 doden gerapporteerd, dat is gezien de situatie echt ongekend weinig. En er komen weinig nieuwe patiënten bij.

‘Maar nu lijkt het virus dus ergens anders te ontsnappen. Dat is natuurlijk een nachtmerriescenario. Er ontstaan allerlei nieuwe brandhaarden, en nu is de vraag of we nog steeds in staat zijn verdere verspreiding te stoppen. Ik hoop dus dat ik de balans kan aangeven. Ja, we maken ons zorgen. Maar nee, het is niet verloren.’

Ook ik werd vanochtend wakker met een ongerust gevoel, moet ik u bekennen. Ik kan die ziekte dus ook krijgen. En mijn naasten ook.

‘Ik begrijp die onrust. Het is een ziekte die zich verder kan verspreiden. En waartegen niemand nog afweer heeft. En dat was bij de pandemie van Mexicaanse griep in 2009 ook zo. (Dat was een nieuwe griepvariant die destijds zeker zeventienduizend mensen het leven kostte, onder wie zestig Nederlanders, red.)

‘Maar misschien is het ook goed om het goede nieuws te benadrukken. Dit nieuwe virus lijkt geen rol te spelen bij kinderen: die worden er niet massaal ziek van. Dat geldt ook voor jongere mensen. En voor zwangere vrouwen lijkt het ook niet extra gevaarlijk. Dat was anders in 2009, toen werden er veel kinderen opgenomen in het ziekenhuis. De nieuwe ziekte is meer een traditionele griep: ze treft vooral ouderen en mensen die al ziek zijn.’

Virologen vergelijken deze ziekte met de Spaanse griep van 1918, die destijds de wereld verlamde en miljoenen mensen het leven kostte. Dat is toch wel eng.

‘Ja, in aantallen zeker. En we weten natuurlijk niet wanneer de piek in de zorgbelasting komt. Daarom is het heel belangrijk dat we erop voorbereid zijn. Dat mensen die eventueel zorg behoeven, zoals extra ondersteuning van de ademhaling, die ook krijgen.

‘Wat wel belangrijk is om te weten, is dat we vaker zien dat de sterfte daalt naarmate er meer bekend wordt over de verspreiding van het virus. We zien nu het topje van de ijsberg en weten niet hoe groot de ijsberg is. Daarom hopen we dat het sterftecijfer nog verder zal dalen, als we meer over het virus aan de weet komen.

‘Tot die tijd denk ik dat het belangrijk blijft te benadrukken dat we ook zelf dingen kunnen doen, al helpen ze niet honderd procent. Handen wassen. Zorg dat je in je elleboog hoest. Gebruik papieren zakdoekjes en gooi die na gebruik weg. Probeer drukke plekken te mijden, zeker als je wat ouder bent en andere aandoeningen hebt. En probeer te voorkomen dat je in contact komt met zieke mensen.’

Laten we eens uitgaan van het Italiaanse scenario. Opeens duiken er in ons land overal patiënten op. Op welk moment besluiten we: deze strijd gaan we verliezen?

‘Vooral de WHO houdt dat in de gaten. Als er ook op andere plekken zoiets gebeurt als in Italië, zal men op een gegeven moment zeggen dat we de fase van containment, van beheersing van de ziekte, moeten laten overgaan in een andere fase. Dat is de fase van mitigatie: het verkleinen van de effecten. Dat zou voor ons zeker een reden zijn om het Outbreak Management Team bij elkaar te laten komen, de groep experts die de minister adviseert om hierover een besluit te nemen.’

Hoe ziet mitigatie eruit?

‘Mitigatie is: zorgen dat de kwetsbaarste patiënten genoeg zorg krijgen om het virus te boven te komen. Dus zorgen dat er genoeg capaciteit is. Wie moet er wel en niet worden opgenomen, wanneer mag je thuisblijven? Moeten er misschien opnamen of operaties die niet strikt noodzakelijk zijn worden uitgesteld? Er liggen scenario’s klaar en in praktijk zal het altijd een combinatie van maatregelen zijn. Maar welke, daarvoor is het nog te vroeg.’

Lege straten, het Songfestival afzeggen, zoals viroloog Ab Osterhaus suggereerde?

‘Ik kan het niet overzien. Het is denk ik net te vroeg om er iets over te kunnen zeggen.’

Dorpen isoleren, zoals in Italië?

‘Nee, je moet de patiënten isoleren en de contacten in quarantaine brengen. Dorpen afsluiten is… ja, iets wat zeer ongebruikelijk is. Je sluit bij dit soort maatregelen patiënten op bij gezonde mensen. Maar als het helpt om verspreiding tegen te gaan… Dit is een geweldig moeilijk besluit.’

De straten besproeien met desinfectiemiddel, zoals in Zuid-Korea?

‘Ach, nee. Daarover kunnen we stellig zijn: over het effect daarvan hebben we de allergrootste twijfels. Dat is voornamelijk beeldvorming: kijk eens hoe goed we bezig zijn. Het hangt misschien ook samen met de cultuur van een land. In Azië is sproeien blijkbaar iets wat ze sneller tot hun arsenaal aan activiteiten rekenen.’

Is er ook iets typisch Nederlands?

‘Ik denk het feit dat we toelaten dat mensen thuis worden geïsoleerd. Dat is een groot goed. Op die manier voorkom je dat het virus zich via de ziekenhuizen verspreidt, waar mensen liggen met afweerstoornissen, met andere problemen. De laatste plek dus waar je mensen wilt hebben die er alleen maar zitten omdat ze misschien een virus hebben. Die kun je beter thuis onderbrengen. Met goede informatie en instructies van de GGD, en dagelijks contact om te zien hoe het allemaal loopt.’

Timen zou volgende week nog een paar dagen naar haar geboorteland Roemenië gaan. ‘En misschien moet ik dat gewoon doen’, neemt ze zich voor. ‘Ik moet ook het goede voorbeeld geven, anders durft er niemand vrij te nemen. Maar ik ga het bekijken, van dag tot dag.’

Wat zou u zelf doen als u hoorde dat u was besmet?

‘Ik zou me helemaal isoleren van andere mensen. En nee, ik zou niet in paniek raken. Ik zou in bed gaan liggen, en uitzieken.’